Gaat er nog wel eens een trekharmonica de deur uit Deel 1
De afgelopen jaren heb ik meestel een enthousiast bericht geplaatst wanneer ik weer een trekharmonica in een of andere stemming had aangeschaft. Voor mij blijft trekharmonica spelen ook spelen met de trekharmonica in die zin dat ik in mijn spel graag onderzoek wat bij me past.
Zo zijn hier inmiddels een hele reeks trekharmonica’s gepasseerd en vermoedelijk zullen er nog wel enkele volgen, hoewel ik langzaamaan wel gevonden heb wat ik zocht.
Maar wat is er eigenlijk gebeurd met al die aanschaffen. Gaat er uberhaupt wel eens een de deur uit? Wat zijn de overwegingen hierbij of staat mijn huis inmiddels tjokvol, over deze en andere vragen gaat deze serie. Het gaat m.a.w. over de hardware. Mijn site staat vol met software (lees bladmuziek) kortom tijd om ook eens wat ruimte te maken voor de hardware (het instrument)
De Hohner Club III BR was mijn eerste aanschaf, na een leen Hohner Goudbrand voor een klein jaar. Ik heb deze Hohner gekocht in Amsterdam eind 2004 bij een verzamelaar die prachtig woonde aan de Amstel in een woonboot. Ik was verliefd op het uiterlijk van die oude kast, waar een mooi vol Hohner geluid in zat.

Deze foto, is gemaakt door een echte fotograaf Eric Flikkenschield, tijdens een van mijn eerste optredens in de plaatselijke bibliotheek.
De liefde voor deze oude Hohner ging over toen ik mij een half jaar later, begon te realiseren hoe ik eigenlijk ooit op het idee was gekomen om accordeon te gaan spelen. Daar zit een verhaal aan vast.
Waar mijn liefde voor de trekharmonica begon
In 1990 was ik een aantal jaren aan het werk en geleidelijk
aan de weg kwijt geraakt. Een vriendin woonde toen hoog in de
Franse Alpen en hoedde daar een kudde schapen, zij vroeg mij om
een tijdje langs te komen. In haar zeer eenvoudig optrekje, waar
ik mij gelijk thuis voelde, stond niet veel meubilair wel een
viool en een accordeon diatonique. Eens in de week kwam de
plaatselijke orgelbouwer haar bevoorraden en dan speelden die
twee samen.
Toen ik hem op een dag hoorde spelen wist ik gelijk dat ik weer muziek wilde gaan spelen (iets wat ik als kind jaren gedaan had in de plaatselijke fanfare). En ik wist dat het instrument wat hij bespeelde mijn nieuwe liefde zou worden.
Wat ik toen echter niet wist, is dat er heel veel verschillende balginstrumenten bestaan. Mijn Frans is heel beperkt en hoewel hij van alles uitlegde over de werking, was het voor mij een accordeon die hij bespeelde. Zo kwam het dat ik terug in Amsterdam, waar ik toen woonde op zoek ging naar accordeonles en deze vond bij Theo Steenbrink die me voor een appel en een ei enthousiast les heeft gegeven op een pianoklavier accordeon. Jarenlang ging ik wekelijks bij hem langs en oefende ik keurig mijn huiswerk.
En als er niet een jaar of dertien later in 2003, een lid van
het Shantykoor, waar ik toen bij speelde, een Hohner Goudbrandje
had meegenomen speelde ik vermoedelijk nog steeds accordeon.
Maar dat simpele instrumentje waar mijn collega accordeonisten
nog net niet hun neus voor ophaalden, wilde ik wel eens
proberen. Hij heeft hier nog een half jaar gestaan voordat ik de
rust vond om er eens mee te gaan spelen. De rest is
geschiedenis, is dan een goede vervolgzin, want dat verhaal
staat al elders op mijn site.
Waarom ik dit verhaal echter vertel is dat ik nadat ik ongeveer een half jaar op mijn oude Hohner Club speelde, ik bovenstaand verhaal vertelde aan een vriendin. Pas toen werd ik mij bewust van het feit dat die Franse orgelbouwer ook een trekharmonica bespeelde en geen accordeon en ... dat was ook een Hohner Club model. Alleen een ander model. Al pratende herinnerde ik me steeds meer en zo begon een zoektocht naar dat instrument. Ik had geluk, want Hohner verandert niet zo veel aan zijn instrumenten. Het instrument waar ik naar op zoek was vond ik gewoon in een Diatonisch Nieuwsblad en nog wel bij mij in de buurt, alleen ... het blad was al een half jaar oud. De eigenaar had het instrument gelukkig nog, ook al een verzamelaar, er had nog niemand gereageerd op zijn advertentie. Toen snapte ik niet dat er voor zo’n mooi gemaakt instrument zo weinig belangstelling was. Inmiddels weet ik dat er andere mechanismen minstens zo belangrijk zijn waarom mensen bepaalde instrumenten kopen, maar dat is een ander verhaal.
Hier speel ik op de Hohner Club IIIM de luxe, bij vriendin Agaath, de maakster van de foto en aan wie ik bovenstaand verhaal vertelde. Voor haar heb ik overigens in datzelfde jaar het "Walsje voor Agaath" gemaakt.
Zo kwam ik dus in het bezit van de Hohner Club IIIM de luxe en heb ik jarenlang met veel plezier dit instrument bespeeld. Sterker nog voor mijn gevoel was de cirkel rond. Het instrument waar ik in Frankrijk verliefd op was geworden, bespeelde ik nu.
Ik was er van overtuigd dat ik over tig jaar in het bejaardenhuis nog op dit instrument zou spelen, maar dat liep anders. Lees hierover meer in deel 2.
Ondertussen stond mijn oude Hohner Club BR stilletjes in een hoekje van de kamer. Nog geen jaar na aanschaf ging hij mee met een leerling, die ik accordeonles gaf, zij kende wel iemand die het wel eens wilde proberen. En voor zover ik weet is hij daar nog steeds.
Webpagina's die aansluiten bij dit onderwerp:

