Gaat er nog wel eens een trekharmonica de deur uit Deel 2
De
Hohner Club IIIM de luxe is lange tijd mijn instrument geweest.
Maar zoals ik in deel 1 van deze serie opmerkte is spelen met de
trekharmonica voor mij ook onderzoeken. De Hohner Club gaf me
daar ook alle gelegenheid toe, zoals ook te zien is op dit deel
van mijn site. Alle mogelijkheden van dit instrument heb ik
verkend en nog steeds raad ik mensen die meer uit hun
trekharmonica willen halen, dit instrument aan. Al was het alleen
maar omdat je voor weinig geld op de tweedehands markt een prima
exemplaar kan aanschaffen. Toch speel ik inmiddels zelf haast
niet meer op een clubmodel, daar zit uiteraard een verhaal aan.
Wat ik nooit had kunnen voorzien toen ik trekharmonica ging spelen, is dat mijn onderzoekende kant zo geprikkeld zou worden. Ik ben van huis uit vrij nuchter (ik heb twee handen daar kan je maar een trekharmonica mee bespelen). Die nuchterheid heeft het moeten afleggen tegen een alles overheersende passie, die ik van mezelf tot opdat moment alleen maar kende in de liefde voor mijn vriendin. Zij is overigens degene die dat vuur verder heeft aangewakkerd: wanneer mijn nuchterheid weer eens de overhand had en ik twijfelde over de aanschaf van weer een apart model, hield zij me een spiegel voor en zei simpelweg: “kijk eens naar jezelf hoe je geniet wanneer je zo’n instrument met nieuwe klankkleuren aan het onderzoeken en het bespelen bent. Hoe het je stimuleert om te componeren.” En dan droop mijn nuchterheid weer af.
Mijn nuchterheid is echter niet voor een gat te vangen en om een balans te vinden met mijn passie hebben die twee een deal gesloten: Er mogen nieuwe trekharmonica’s gekocht worden, maar .... voor een prijs waar ik ze ook weer voor kan verkopen. Een deal die tot op de dag van vandaag prima werkt.
Deze deal leidde in april 2006 gelijk tot de duurste
aanschaf, namelijk een steirische harmonica, een Strasser in
GCFB. Voor steier begrippen was hij uiteraard niet zo duur,
tenslotte moest ik hem voor dat bedrag ook weer kunnen verkopen.
Maar zover was ik op het moment van aanschaf natuurlijk nog
niet. Ik was slechts verblind door de mooie klanken die er uit
rolden. Uren zat ik met dat instrument op schoot en anders zat
ik er wel verliefd naar te kijken. Het zou een vertrouwd proces
worden bij een nieuwe aanschaf, maar dat wist ik toen nog niet.
Wat ik wel wist en dat is niet meer veranderd sinds die tijd, is dat ik enorm kan genieten van het spelen van een eenvoudig walsje terwijl er links van die prachtige heliconbassen klinken.
Het bespelen zelf van een steier is, wanneer je trekharmonica kan spelen, niet zo moeilijk, (hoewel daar verschillend over gedacht zal worden), de knoppenligging is nagenoeg hetzelfde, als je een clubmodel gewend bent met een gleichton is deze bijna exact hetzelfde op de eerste twee rijen.
De meeste steierspelers spelen het zgn Griffschrift vrij vertaald het grepenschrift dit is een schrijfwijze die net als het sneekerschrift bedacht is voor spelers die geen noten kunnen lezen. Kortom bedoeld om het je makkelijker te maken en het is dus ook geen moeilijk schrift. Zelf speel ik een variatie op het trekharmonicaschrift, dat ben ik gewend, voorbeelden er van staan op mijn website.
Toch is die mooie steier alweer de deur uit. In januari 2009 is hij teruggegaan naar de vorige eigenaar. Zelf speelde ik er het laatste jaar minder op. Dat had een simpele reden, ik vond hem te zwaar ten opzichte van de trekharmonica.
Met de verkoop starte ook gelijk een zoektocht naar een
lichter exemplaar, want steier spelen dat wilde ik wel blijven
doen. Zo vond ik in de zomer van 2009 een haast nieuwe steier
van Hohner een drierijer in GCF. Die zou hier nog heel lang
gestaan hebben, ware het niet dat ik in 2010 een hele oude
Delicia 3 rijer vond ook een steier voor een prikkie, diep in
het Limburgse heuvelland, Bes Es As gestemd,
(filmpjes op het youtube deel)
Mijn passie en nuchterheid waren het vrij snel eens: Hoofdmoot is de trekharmonica en incidenteel pak ik met veel plezier de steier. Dan klopt het beter als ik een goedkoper exemplaar erbij heb (met wel een mooie klankkleur uiteraard), in plaats van zo’n mooie luxe steier, die relatief weinig bespeeld word. Dat voelt ook prettiger. Ook al weer zo’n les van de laatste jaren, ik speel eigenlijk liever op oude instrumenten, vraag me (nog niet) waarom, dat antwoord komt wel met de jaren, vermoed ik.
Kortom de luxe Hohner steier mag naar een nieuwe eigenaar en staat nu ook te koop. Voorlopig lijkt daarmee een balans te zijn gevonden in mijn steier avonturen.
Maar hoe zit het nou met die Hohner Club III M de luxe, dat instrument waarmee ik dacht oud te worden? De experimenten met trekharmonika’s in andere stemmingen waarmee ik in 2007 begon, zorgden hier in huis voor een omwenteling (daarover een volgende keer). Verder ging ik in 2008 lesgeven, daardoor kwamen er in korte tijd veel tweerijers CF in huis voor de verhuur en uiteraard kwamen en komen er ook veel leerlingen met allerlei voorkeuren over de vloer (erg leuk trouwens).
Een van deze leerlingen was zeer gecharmeerd van mijn Hohner Club IIIM de luxe en zo kwam het dat ik in 2009 mijn eigen Club aan haar verkocht. Het was in diezelfde tijd dat de Hohner Corso’s langzaam aan een opmars bezig waren.
Over de Hohner Corso zou ik nog rustig een artikel over kunnen schrijven, ware het niet dat inmiddels mijn site vernieuwd is en ik een nieuwe rubriek verzamelingen toegevoegd heb. In deze rubriek staat een overzicht van de trekharmonica's die mij muzikaal gevormd hebben.
Webpagina's die aansluiten bij dit onderwerp:

